Ken je dat moment waarop iemand iets tegen je zegt en je eigenlijk maar één ding denkt: “Geen idee wat je net zei…” Maar in plaats van te vragen of diegene het nog een keer wil zeggen, knik je gewoon. “Ja, precies.” En ondertussen hoop je vooral dat je antwoord een beetje logisch klinkt. Ik heb dat regelmatig gedaan. Niet omdat ik niet wilde luisteren. Juist omdat ik al zo mijn best aan het doen was om te verstaan wat iemand zei. Met gehoorverlies kan een gesprek soms best vermoeiend zijn. Zeker wanneer er achtergrondgeluid is, meerdere mensen praten of iemand zacht en snel praat.
En soms denk je dan:
Laat maar. Ik doe wel alsof ik het begrijp. Lees de blog waarom ik niet de enige ben, en jij ook, met fijne voorbeeld zinnen die wel helpen!
Waarom vraag ik niet gewoon om herhaling?
Eigenlijk is dat best gek. Als je iets niet goed hebt gehoord, is het toch logisch om te vragen of iemand het nog een keer zegt? Toch voelt dat niet altijd zo. Je wilt niet lastig zijn. Je wilt het gesprek niet steeds onderbreken. Je hebt misschien al twee keer “wat zeg je?” gevraagd. Of je denkt dat de ander inmiddels wel zal denken:
Daar heb je haar weer…
Dus knik je maar. En dat is precies wat ik mezelf steeds meer probeer af te leren. Want doen alsof ik het begrijp kost uiteindelijk vaak meer energie dan gewoon even om herhaling vragen.
Zinnen die mij helpen
Ik heb gemerkt dat het helpt om een paar standaardzinnen achter de hand te hebben. Dan hoef ik op zo’n moment niet eerst te bedenken hoe ik het moet zeggen.
Bijvoorbeeld:
“Ik verstond je niet helemaal. Wil je het nog een keer zeggen?”
Of wat korter:
“Die laatste zin heb ik gemist. Kun je die nog een keer zeggen?”
Als iemand zacht praat:
“Wil je iets harder praten? Dan kan ik je beter verstaan.”
Als iemand wegkijkt:
“Wil je me even aankijken als je praat? Dat helpt mij om je beter te verstaan.”
In een groep:
“Wacht even, ik wil het gesprek graag volgen. Kun je dat nog een keer zeggen?”
En soms zeg ik gewoon:
“Mijn oren werken vandaag niet helemaal mee. Nog een keer?”
Dat laatste houdt het voor mij wat luchtiger.
Het hoeft niet altijd netjes
Ik heb geleerd dat ik niet iedere keer een perfecte zin hoef te gebruiken. En ik hoef ook niet altijd te weten of het volume te hard of te zacht is, of dat er teveel achtergrond geluid is…. Soms weet ik het even niet, maar weet ik wel dat ik het niet verstaan heb.
Dus soms is een simpel:
“Hè?”
gewoon genoeg.
Of:
“Nog een keer?”
Het belangrijkste is dat ik niet automatisch ga doen alsof ik het begrijp. Want daarmee maak ik het mezelf uiteindelijk alleen maar moeilijker. En eerlijk gezegd levert het soms ook hilarische situaties op. Je kunt namelijk heel overtuigd “ja” zeggen op een vraag waarvan je achteraf ontdekt dat het helemaal geen vraag was.
Ik hoef niet alles alleen op te lossen
Dat vind ik misschien nog wel het lastigste én belangrijkste om te leren. Luisteren met gehoorverlies vraagt soms extra inspanning. Maar ik hoef niet altijd nóg harder mijn best te doen. De ander mag ook een beetje helpen. Even aankijken. Iets duidelijker praten. Niet door de kamer heen praten. Of gewoon iets nog een keer zeggen. Dat is geen aanstellerij.
Dat is samenwerken.
En hoe vaker ik gewoon durf te zeggen dat ik iets niet heb verstaan, hoe makkelijker het wordt. Dus tegenwoordig probeer ik mezelf eraan te herinneren: Ik hoef niet te doen alsof ik het begrijp. Ik mag gewoon vragen.
“Wil je dat nog een keer zeggen?”
En als dat drie keer nodig is? Dan vraag ik het drie keer. Mijn oren bepalen tenslotte niet hoeveel geduld ik mag hebben.